Bij wie het allemaal begon

Inmiddels is Veldhuizen Dakopbouwen een professioneel bedrijf dat steeds groter wordt en dus ook steeds meer mensen in dienst heeft. Maar het begon ooit met één man: Geert Veldhuizen. Techneut, aanpakker, sportvlieger, en naast dat alles ook nog ondernemer – in hart en nieren.

Ben jij de Veldhuizen uit Veldhuizen Dakopbouwen?

‘Jazeker!’

Hoelang bestaat je bedrijf al?

‘Sinds 2001 – en in 2007 begonnen we met het maken van dakopbouwen. Daar hebben we inmiddels dus aardig wat ervaring mee.’

Waarom begon je destijds je eigen bedrijf?

‘Dat is denk ik de aard van het beestje: ik vind het leuk om creatief met techniek bezig te zijn en ben opgeleid tot zelfstandig timmerman. Eén en één is twee, hè? Ik ben nooit in loondienst geweest, maar tot nu toe heb ik eigenlijk geen dag zonder werk gezeten.’

Vind je het na al die jaren nog steeds leuk om te ondernemen?

‘Ja, honderd procent. De afwisseling maakt dat ik er plezier in houd. Eerlijk is eerlijk: het liefst ben ik gewoon in de werkplaats bezig. Een dag niet gewerkt is een dag niet geleefd, zou je kunnen zeggen. Maar ik denk ook veel over onze proces¬sen na, over hoe we ze kunnen optimaliseren. Als het proces goed is, komt de rest vanzelf – daar ben ik van overtuigd.’

Op welk project ben je het meest trots?

‘In elk project zit wel iets waar ik met een goed gevoel op terugkijk. Dat kan de afwerking zijn, de combinatie van gebruikte materialen, een slimme oplossing, noem maar op. In een opbouw in de Amaliastraat heb ik bijvoorbeeld de opbouw op het dak gezet en toen dat dak – de nieuwe vloer – losgezaagd en met takels een paar centimeter omlaag laten zakken. Daardoor kon¬den we een dakterras realiseren onder de maximale bouwhoogte van tien meter. De hele buurt was benieuwd hoe we dat hadden gedaan.’

Is dat ook wat je het leukst vindt aan je werk, creatieve oplossingen bedenken?

‘Ja, ik word er wel blij van om ergens een oplossing voor te bedenken. Al vind ik het ook al heel fijn om “gewoon” een mooi project op te leveren. Ook daarbij is het weer die afwisseling die het uitdagend houdt.’

Hoe ziet een gemiddelde werkdag er dan voor jou uit?

‘Dat verschilt dus. Soms sta ik in de werkplaats aan een opbouw te werken, maar de administratie hoort er natuurlijk ook bij, net als overleg met onze bouwpartners en klanten. Zolang ik er een lekkere kop thee bij heb, vind ik het goed.’

En wat doe je als je niet bouwt, administreert of theedrinkt?

‘Ik vind het heel leuk om te gaan vliegen. Dat is eigenlijk een beetje een familieding: mijn vader begon ermee toen ik twee was, en mijn broer heeft ook zijn brevet. Allemaal in Single Engine Pistons – sportvliegtuigjes.’

Wat vind je zo fijn aan vliegen?

‘Het uitzicht. Dat is echt geweldig. Meestal vlieg ik rond de vijfhonderd meter hoog, maar laatst zat ik op twee kilometer, en dan zie je een enorm deel van Nederland. Vooral als het winter is en van dat kraakheldere, koude weer – prachtig! Daarvan krijg ik echt een beetje het Google Earth-gevoel.’

Heb je zelf ook een vliegtuig?

‘Ik vlieg in het vliegtuig dat mijn vader in 1999 helemaal zelf gebouwd heeft. Dat ding doet het dus al hartstikke lang. Veel ruimte zit er niet in, maar je kunt er prima met z’n tweetjes even mee op en neer naar Texel of zo. Mijn vrouw Barbara en ik doen dat wel eens – dan gaan we daar uit eten en zijn we gewoon om halftien weer thuis.’

Ben je op het gebied van vliegen net zo creatief als op je werk?

‘Ja, ik zou nog wel een keer zelf een houten vliegtuig willen bouwen. Mijn vader deed het toen-ie vijfenvijftig was, en ik denk dat ik het wel op mijn vijfenveertigste zou willen doen, ietsje eerder. Mijn vader heeft er tien jaar plezier van gehad, dus als ik net zo oud word als hij, heb ik er in ieder geval alvast twintig jaar in gevlogen.’